Over ons

Uit de oude doos

Deze pagina bestaat uit drie delen:

  • Deel 1: Het verhaal van de Schuilhaven in De Panne (tekst van Norbert Desiere dd. 2/2/2000)
  • Deel 2 toespraak van vicevoorzitter Hans Lowagie tijdens de feestzitting van 50 jaar YCDP in 2022.
  • Deel 3: Herinneringen aan de oprichting, gebeurtenissen en vestiging van een mooie traditie (Naar een tekst van Norbert Desiere).

2 eeuwen touwtrekken rond de Schuilhaven De Panne … en de geschiedenis herhaalt zich !

Deel 1 – Het verhaal van de Schuilhaven in De Panne

(naar de tekst van Norbert Desiere, dd. 2 februari 2000)

2 eeuwen touwtrekken rond de Schuilhaven van De Panne … en de geschiedenis herhaalt zich!

Uit de 19de eeuw bewaren we een prachtige gravure met de titel “De Panne bij Veurne – navigatiehaven met stoomboten, spoorweg, badplaats, park met hippodroom.”
In vogelperspectief zien we daarop een levendig tafereel: een haven met twee pieren, een trein op de kade, stoomboten die aanleggen, een indrukwekkend kursaalgebouw en zelfs een uitgestrekte paardenrenbaan. Het idee van een Schuilhaven in De Panne was dus al lang vóór 1906 aanwezig.

Reeds in 1846 werd voor het eerst over een schuilhaven gesproken. Toch bleef het bij woorden. Een uitvoering bleef uit — naar verluidt omdat Frankrijk ertegen gekant was.
Begin 20ste eeuw stak het plan opnieuw de kop op. De liberale volksvertegenwoordiger Adolf Buyl uit Oostende en de katholieke August Pil uit Veurne waren de felste pleitbezorgers van het project. En dat was niet zonder reden: de Pannese vissers werkten in bijzonder moeilijke omstandigheden. Hun boten meerden gewoon op het strand aan en bleven daar tot het volgende getij hen weer in zee kon tillen. De vissers moesten telkens door het koude zeewater waden om aan boord te gaan — een zware en gevaarlijke stiel.

Tijdens de verkiezingen van 1904 en 1910 werden in het arrondissement Veurne–Diksmuide–Oostende tal van verhitte meetings gehouden. De vissers kregen bemoedigende schouderklopjes, maar tegelijk maakten de politieke rivalen elkaar verdacht over wie nu écht iets voor hen deed.

Omdat de katholieken in die tijd onafgebroken aan de macht waren, lag het vooral bij Buyl om vanuit de oppositie druk te zetten. Hij deed dat met talrijke tussenkomsten in de Kamer.
Op 3 augustus 1901 stelde hij voor om 50.000 frank vrij te maken voor een studie naar de aanleg van een schuilhaven in De Panne.

De katholieke meerderheid wees het voorstel unaniem af. Minister de Smet de Naeyer van Financiën en Openbare Werken verklaarde dat zo’n haven veel te duur zou zijn. Volgens hem konden de vissers gerust gebruikmaken van de haven van Nieuwpoort — ze konden er immers met de tram naartoe via Veurne, of “desnoods te voet”, een tocht van drie à vier uur…

Maar Buyl liet niet los. Op 20 december 1905 kwam hij opnieuw tussen in de Kamer. De minister weigerde nogmaals, maar stelde voor om in De Panne een vuurtoren te bouwen. Een magere troost. De “Kykhill” zou voortaan het oriëntatiepunt worden voor de Pannese vissers op zee.

Buyl kreeg intussen steun uit onverwachte hoek: de Veurnse handelaars beseften dat het leegbloeden van De Panne hun eigen handel zou schaden. Op 10 mei 1906 stuurden zij een petitie naar de Kamer. De tekst verscheen kort daarop in het Advertentieblad van Veurne en werd door de krant vol lof onthaald.

Na heel wat politiek getouwtrek kwam er eindelijk beweging in de zaak. De katholieke regering verklaarde zich bereid om 50.000 frank te besteden aan een studieonderzoek. Buyl reageerde verbaasd en geërgerd: zijn voorstel van 1901 werd nu gewoon door de meerderheid overgenomen. Bitter merkte hij op dat er alweer vijf jaar verloren waren gegaan en voegde er schamper aan toe dat zoiets “toevallig” twee weken voor de verkiezingen van 27 mei 1906 gebeurde — een zuiver verkiezingsmaneuver, vond hij.

Toch kwam er schot in de zaak. Op 31 mei 1907 zette Koning Leopold II in Oostende zijn handtekening onder een Koninklijk Besluit dat de oprichting van een Studiecommissie voor de Schuilhaven van De Panne goedkeurde.
August Pil werd voorzitter van de Handelscommissie, samen met E. d’Arripe (schepen van Adinkerke en later eerste burgemeester van De Panne), F. Maertens (ingenieur uit Nieuwpoort) en A. Pison (visser–reder uit De Panne).

Intussen was alles wat op de oude gravure “De Panne navigatiehaven” stond afgebeeld, onder impuls van Leopold II in Oostende gerealiseerd: haven, spoorweg, pieren, kursaalgebouw, paardenrenbaan… Enkel De Panne bleef op haar verweesde strand achter, met de zee als vriend én vijand.

En de geschiedenis herhaalt zich …

Meer dan negentig jaar later, op 17 maart 1999, weerklonk in het gemeentehuis van De Panne een echo van dat oude debat. Minister Johan Vande Lanotte, de kustburgemeesters VanhesteVandenbussche en Crabbe, en ruim 250 recreanten waren aanwezig toen ik mijn bezorgdheden uitte over de plannen om zonder enig overleg vier Mariene Reservaten aan de Belgische kust in te voeren.

De gemeenteraad van De Panne keurde op 17 augustus 1999 een motie goed waarin ze de drastische impact van deze maatregelen op recreatie en toerisme aankloeg. Er werd gepleit voor een dringend evenwicht tussen milieubehoud enerzijds en de sociaal-economische en toeristische belangen anderzijds.

Dat standpunt werd later herhaald tijdens een vergadering van de kustburgemeesters in het Provinciehuis van Brugge. Gouverneur Brepoels vroeg toen aan de kabinetsmedewerkster van minister Aelvoet om het overleg met de lokale besturen te herstellen en de uitvoeringsbesluiten eerst in ontwerpvorm voor te leggen.

Zo blijft de geschiedenis zich herhalen: telkens weer balancerend tussen idealen, belangen, zee en strand — tussen behoud en vooruitgang.
De Schuilhaven van De Panne blijft, ook in woorden, een symbool van dat eeuwige getouwtrek tussen mens en zee.

Deel 2 – Toespraak van vicevoorzitter Hans Lowagie

Academische zitting ter gelegenheid van “50 jaar YCDP” – 2022

Dames en heren, beste vrienden,

Als vicevoorzitter van Yachting Club De Panne – De Pannevissers heet ik jullie van harte welkom op deze academische zitting, waarin we samen ons vijftigjarig bestaan vieren en met trots onze koninklijke titel in ontvangst nemen.

Het doet me bijzonder veel plezier om vandaag zoveel vertrouwde gezichten te zien. Zoveel volk bij elkaar betekent dat we binnen YCDP niet zomaar een vereniging zijn, maar een hechte familie. We delen allemaal dezelfde passie: het strand, de zee en de talloze manieren om ervan te genieten — op, in of langs het water.

Een warme club voor iedereen

Yachting Club De Panne is niet enkel een club voor vissers, maar een warme gemeenschap waarin vriendschap, samenhorigheid en respect centraal staan. Iedereen is welkom: gezinnen, kinderen, familieleden en sympathisanten. We willen dat iedereen zich thuis voelt in onze club, of je nu komt om te vissen, te varen of gewoon om van de sfeer te genieten.

Natuurlijk blijft vissen op zee onze hoofdactiviteit. Maar daarnaast zijn ook garnaalvissen op zee of te voet bijzonder populair. Tot voor kort organiseerden we ook strandhengelen, en bovendien hebben we actieve groepen voor waterski, jetski en duiken.

Onze uitvalsbasis, de rampe van De Panne met de erkende schuilhaven, is een levendig ontmoetingspunt voor velen. En daar mogen we trots op zijn: we zijn namelijk de grootste botenvereniging van de Belgische kust die vanaf het strand vertrekt!

Van feitelijke vereniging tot koninklijke club

Tot in 2008 waren we een feitelijke vereniging onder de naam Yachting Club Pannevissers. In 2009 werden we een vzw, en sindsdien groeiden we alleen maar verder.
Elke booteigenaar krijgt een uniek P-nummer, een mooie knipoog naar het verleden toen de beroepsvissers die vanop het strand vertrokken ook zo’n nummer droegen.

Zo had vroeger Fernand Boels de P1 en Daniel Delanoye de P2. Vandaag zijn dat Geert Janssens (P1) en Mark Vieren (P2). Zelf vaar ik trots onder P7 — een nummer dat voor velen hier een stukje geschiedenis oproept.

Opbouw van onze infrastructuur

Doorheen de jaren hebben talloze leden zich ingezet om onze infrastructuur uit te bouwen: van eenvoudige barakken tot stevige gebouwen met beton en houtbekleding, en uiteindelijk ons eigen clublokaal.

We herinneren ons nog het reclamebord van YCDP dat Serge Timmerman maakte, en onze vlag uit 1984, ontworpen door Lieve Demeulemeester. Die vlag symboliseert eenheid, vriendschap en respect.
Tijdens de inhuldiging werd Godelieve Recour-Demeester de meter van de club, terwijl Albert Dumon de peter werd. Vandaag is Christof Delrive, geflankeerd door onze vlag, de huidige peter van onze geliefde club.

Onze voorzitters door de jaren heen

Elke vereniging heeft een boegbeeld nodig, iemand die de koers uitzet. Bij ons begon dat in 1973 met Fernand Boels, onze eerste voorzitter.
Vanaf 1974 tot 2003 nam Daniel Delanoye de leiding over — dertig jaar lang! In het Pannegazetje van 2003 schreef hij in het voorwoord: “Dit wordt mijn laatste jaar.” Helaas is Daniel intussen niet meer onder ons, maar zijn inzet blijft voelbaar in alles wat we doen.

Van 2004 tot 2007 stond Marc Vandermeiren aan het roer. Marc is vandaag aanwezig, en ik wil hem oprecht danken voor zijn toewijding in die jaren.
Daarna, van 2008 tot begin 2022, had ikzelf het voorrecht om voorzitter te zijn — een periode van vijftien mooie jaren. Sinds maart 2022 is Johan Dekien onze nieuwe voorzitter, en ik wens hem alle succes met het verderzetten van onze traditie.

Activiteiten die verbinden

Onze activiteiten vormen het kloppend hart van de club. Ze brengen mensen samen, creëren vriendschappen en zorgen telkens weer voor een gezellige sfeer.

  • Clubkampioenschap: doorheen het jaar strijden leden voor de titel van kampioen. Want geef toe: kampioen zijn is plezant!
  • Makreelwedstrijd & zomerfeest: sinds 2008 organiseren we in de zomer de makreelwedstrijd, gevolgd door een barbecue of kippenfestijn. Altijd een groot succes.
  • Vrije viswedstrijd: aan het einde van de zomer, een traditie die vroeger bekendstond als de Claude Bonnez-wedstrijd van de Bon Accueil.
  • Garnaalwedstrijd: in september, zowel met de boot als vanop het strand, mét een aparte klassement voor de kinderen.
  • Kampioenenviering: op het einde van het jaar sluiten we feestelijk af met onze jaarlijkse souper. Sinds 2012 is onze vaste stek La Grande Mare bij Ann — telkens een gezellige avond vol verhalen en vriendschap.

Vandaag telt onze vereniging 146 betalende leden, en als we vrienden en sympathisanten meetellen, overschrijden we moeiteloos de 200 betrokkenen.

Tot slot

De liefde voor de zee en de sportvisserij, de vriendschap tussen onze leden, en de band met onze kust vormen de ziel van Yachting Club De Panne.
Laten we dat blijven koesteren — met zorg, trots en dankbaarheid.

Onze toekomst ligt in de handen van iedereen die hier vandaag aanwezig is. Dankzij jullie inzet, steun en enthousiasme zal onze club nog vele decennia blijven voortbestaan — sterker dan ooit, met de koninklijke titel als kroon op ons werk.

Zie de powerpointpresentatie in PDF-formaat die deze toespraak ondersteunde:

Tekst van Norbert Desiere (02 02 2000 – documentatie Gidsenkring)

Deel 3: Herinneringen aan de oprichting, gebeurtenissen en vestiging van een mooie traditie. Naar een tekst van Norbert Desiere.

Deel 3 – Herinneringen aan de oprichting, gebeurtenissen en vestiging van een mooie traditie

(naar een tekst van Norbert Desiere)

Het ontstaan van de club

De aanleiding voor de oprichting van De Pannevissers was een droevige gebeurtenis. Toen Hector Rubben, die een autobedrijf runde in de Poststraat, met zijn bootje ging garnalenvissen, kapseisde hij in de branding. Zijn overlijden schokte de hele gemeenschap van De Panne. Het bracht velen ertoe om na te denken over de veiligheid op zee en het belang van samenhorigheid. Zo ontstond het idee om een vereniging op te richten.

Op 28 november 1972 werd de club officieel geboren in café De Commerce bij Claude Declercq — het café dat later zou uitgroeien tot de huidige residentie Pier Kloeffe.
De stichters waren Norbert DesiereNorbert VanhoveDaniel DelanoyeFernand BoelsJean Eerebout en Roland Beyen. Zij vonden dat het hoog tijd was om de veiligheid van de Pannevissers beter te waarborgen en meer faciliteiten te voorzien voor het in- en uitvaren van de boten.

Norbert Desiere nam het voortouw en stelde de statuten op. Het eerste lidgeld werd vastgelegd:

  • 1.500 BEF voor booteigenaars,
  • 200 BEF voor meevarenden,
  • 100 BEF voor sympathisanten,
  • en 1.000 BEF voor ereleden.

Slechts twee dagen later, op 30 november 1972, werden de statuten verder verfijnd, en nog in december van datzelfde jaar keurde de algemene ledenvergadering ze goed.

Het eerste vergaderlokaal bevond zich in café “Leopold I” op de Zeedijk 99 bij Roger Hendryckx. Niet veel later volgden een reglement voor het gebruik van de tractoren en een wedstrijdreglement voor het hengelen.
Wie wou volgen wat er reilde en zeilde binnen de club, kon dat lezen in het Yachting Pannevissers Gazette, dat een tiental keer per jaar verscheen.

Na een jaar voorzitterschap van Fernand Boels nam Daniel Delanoye het roer over.

Van wrakken tot strandloodsen

Om het werk op het strand veiliger en efficiënter te maken, werden drie nieuwe, voor zeegebruik uitgeruste tractoren aangekocht: AdèleLaura en Gusta Crobeck. Die vervingen de tientallen oude autowrakken die langs de Rampe stonden.

Daarnaast staken de leden de handen uit de mouwen voor een nieuw clublokaal. De houten barak, vol gaten en tocht, moest plaatsmaken voor iets degelijkers.

In 1981 werd de registratie van boten en de vlaggenbrief wettelijk verplicht. Het secretariaat van YCDP nam de administratieve afhandeling op zich en zorgde voor aansluiting bij de VVW (Vlaamse Watersport Vereniging).

In augustus 1984 was het feest: EH Maeckelberghe van de Paters Oblaten wijdde de eerste clubvlag in. Die vlag werd een symbool van trots en verbondenheid.
Begin jaren ’90 werd er, in samenwerking met het gemeentebestuur en het KMI, zelfs een windmeter op de vlaggenmast geplaatst.

Een jaar later, in 1991, volgde een bijzonder moment: de inhuldiging van het monument van Pier Kloeffe op de Rampe.
Voor wie hem niet kent: Pier Kloeffe (Petrus Decreton, geboren in 1853) was een echte Pannese visser, een man van de zee die al op zijn elfde meevoer — zelfs acht keer naar IJsland om kabeljauw te vangen! Zijn familie kreeg de bijnaam Kloeffe, naar de herberg die ze uitbaatten langs de weg van De Panne naar Veurne, precies waar vandaag nog steeds een restaurant met dezelfde naam staat.

In 1993 kwam eindelijk de goedkeuring van de nieuwe strandloodsen, een project dat al sinds de oprichting op tafel lag. De bouw werd begroot op 5 miljoen frank.
Het nieuwe clubgebouw, opgetrokken door Ghelamco, bestond uit betoncellen en kreeg later een reling in roestvrij staal. Het zeilwagencentrum verhuisde naar de Residentie Neptunus.

De eerste wedstrijden en kampioenen

De allereerste wedstrijd vond plaats op 2 juni 1974.
De winnaar was Raymond Depaepe (P14) met 25 vissen, goed voor 3,61 kg. Daarna volgden Gustaaf CrobeckSerge SixJohn Vermeylen en Norbert Desiere.

Er werden jaarlijks drie zeeviswedstrijden georganiseerd die meetelden voor het clubkampioenschap, met een puntentelling van 10 punten per vis en 1 punt per 10 gram. Later kwamen daar nog een vrije zeehengelwedstrijd en een kruierswedstrijd bij, zowel te voet als met de boot.

Ook haringvissen met drijfnetten was jarenlang een vaste traditie, waaraan een dozijn Pannevissers deelnam.

De eerste kampioenviering vond plaats in 1975, met goud voor Daniel Delanoye, zilver voor Joseph Immesoete en brons voor Romeo Van Imschoot.
In 1986 werd voor het eerst een keizerviering gehouden. Jan Verscheuren had drie jaar op rij gewonnen (1984, 1985 en 1986) en mocht zich voortaan Keizer noemen — een titel die tot vandaag met trots wordt doorgegeven.

Meer dan vissen alleen

De club stond niet enkel in het teken van zeevissen. Er waren ook verbroederingenuitstappenfeesten en zelfs culturele avonden.
Norbert Desiere herinnert zich levendig de kampioenvieringen in Café De Commerce (1973), Moeder LambiekHotel Du Parc (1977), Hotel TeirlinckMa Campagne, en het haring- en mosselfestijn in La Ferme (1979).

Daarnaast waren er nauwe banden met de Belgische Sport Vissers Club (BSVC) uit Euskirchen, ooit een garnizoenstad in bezet Duitsland en zusterstad van De Panne. De verbroederingen met leden zoals Rik Leeten, Fauville, Lejeune, Pera, Seyen en Fernand Cardinael zijn nog lang herinnerd.

Ook de carnavalstoeten van De Panne kenden jaren waarin de Pannevissers schitterden met prachtig versierde wagens onder namen als De PannelikkersDe Leugenaers Rampe of Intrede Leopold I.
De garage van Delanoye barstte uit zijn voegen tijdens de voorbereidingen — avonden vol plezier en creativiteit.

Er waren ook film- en dia-avonden. Zo organiseerde lid Karel Velghe (P33) een filmavond in de cinemazaal City met de documentaire “Blauw is de zee, wit is de dood” van Peter Gimbel. In 1983 volgden twee dia-avonden: één in de gemeentelijke feestzaal met Germain SchepensWillem Dezeure en Roger D’huynslagher, en een tweede met Luc Jongbloet.

In 1985 werden de eerste visbraderijen georganiseerd, in samenwerking met het gemeentebestuur en in traditionele klederdracht. Later splitste de groep visbraders zich af, maar ze bleven trouw aan hetzelfde lokaal én de heerlijke culinaire gewoontes.

In 1987 hield de club een voordracht in het 40ste smaldeel van de luchtmachtbasis Koksijde met Majoor Peelaers en sergeant Vanweymeersch.
Er werden ook veiligheidsoefeningen gehouden in het gemeentelijk zwembad, waar de Pannevissers, soms ongewild, met volledige uitrusting in het water belandden. Onder het waakzame oog van duikers Jean-Paul Samyn en dr. Jef Coulon leerden ze hoe ze zich konden laten drijven met opgetrokken knieën in hun bottenbroek — een nuttige les die levens kon redden.

Schipper, mag ik overvaren?

De club organiseerde ook memorabele excursies naar het buitenland.
In 1975 voeren de Pannevissers naar Londen, bezochten de bootbeurs én, naar verluidt, de legendarische Raymond’s Review Bar in Soho — verhalen die nog steeds de ronde doen!
Een jaar later ging de uitstap naar Amsterdam, met bezoeken aan Madame Tussauds, de Poezenboot en een visfestijn in het Volendamse Spaanderhotel. In 1978 volgde een tweedaagse reis naar Parijs.

Een stoere traditie ontstond in 1981 toen Henk Dumon en Johny Deruyver met hun kleine blazer Mistral (5 x 2 meter) in acht uur tijd het Kanaal overstaken. Hun avontuur werd nadien nog meerdere keren herhaald, al iets veiliger en met meerdere boten samen.

De zee geeft en neemt

De zee schonk veel mooie momenten, maar ook verdrietige.
In november 1984 werden Claude Moens en Henk Dumon gered door de helikopter van het 40ste smaldeel uit Koksijde.

Een jaar later, in de storm van 1985, sloeg het noodlot toe.
Twee Pannenaars, Leonard Zwervaegher (P25 Bell II) en Gustaaf Crobeck, kwamen om het leven toen hun boot verging. Het was het eerste grote drama in de toen dertienjarige club.
Hun netten werden later onaangeroerd teruggevonden bij de boei E12, drie mijl ten westen van De Panne. Het wrak werd rond 12.20 uur ontdekt. Gustaafs lichaam spoelde eerst aan; Leonard werd pas later door de zee teruggegeven, nabij Oostende.

In november 1996 raakten Marc Vieren en Lieven Claes in moeilijkheden toen hun boot zonk. Ze werden onderkoeld, maar gelukkig tijdig gered door een Sea King-helikopter.


De geschiedenis van de Pannevissers is er één van vriendschap, avontuur, humor en hart voor de zee.
Ze begon uit verdriet, groeide door kameraadschap, en leeft vandaag verder dankzij mensen die geloven in dezelfde waarden: samen varen, samen lachen, samen zorgen voor elkaar.